Bontebrug - Jonah Falke


Robert komt uit de Achterhoek - schuurfeesten, brommers, eindeloze luchten. Nu studeert hij aan de kunstacademie onder de hoede van schildergod Josef Swartz. Robert moet kiezen: tussen de populieren van zijn geboortegrond en de lichtjes van de stad; tussen een onbezorgd leven en tomeloze ambitie; tussen een langeafstandsrelatie met de mooie Brona en de minnares van zijn mentor. Bontebrug is een klassieke coming of age-roman, op het papier gesmeten door een geboren schrijver.


Bindwijze: Paperback | Omvang: 224 p. | € 19.99 | ISBN: 9789048829569

Fragment uit Bontebrug


Ik wacht tot er iets gaat gebeuren. Intussen kijk ik naar mijn aanstaande klasgenoten, maar niet te lang. In kroegen kan te lang staren makkelijk een vechtpartij uitlokken, deze blikken zorgen slechts voor onschuldig ongemak. Naast me zit een meisje met dreadlocks. Ze ruikt naar patchoeli, wat me aan mijn moeder doet denken. Haar dreadlocks lijken op de vacht van ongewassen schapen.
Met een zacht stemmetje vraagt ze: ‘Wat maak jij voor werk?’
‘Ik schilder mensen,’ zeg ik. Ze knikt heftig.
‘Mooi hoor, mensen, maar ik schilder alleen abstract.’ Daarna zwijgen we weer.
Een medewerkster van de leerlingenadministratie komt het lokaal binnen en gaat een namenlijst af. Om de beurt steken we een hand op. Sommige studenten lijken slecht bij hun naam te passen. Daarna verdeelt de vrouw ons over vijftien ateliers. De schilderafdeling bestaat uit een hoge ruimte die in stukken wordt gedeeld door witte schotten van een meter of drie hoog. Daarboven zit nog twee meter loze ruimte, waardoor het erg lawaaierig is. Alle gesprekken zijn openbaar.
Ik deel een atelier aan de raamkant met Joost, een jongen uit Volendam. Joost is iemand die op het eerste gezicht afschrikt. Hij was een van de gasten die betrokken waren bij de cafébrand. Ik probeer niet te opvallend naar de wonden in zijn gezicht te kijken.
In ons atelier hang ik een paar oude schilderijen en tekeningen op. Voor een beetje houvast, om me thuis te voelen in dit spierwitte hok. Joost heeft geen oud werk meegenomen. Hij begint de eerste dag al met het tekenen van nieuwe portretten. Ze zijn erg natuurgetrouw.
De schilderijen die ik van thuis heb meegenomen vallen me op deze plek tegen. De figuren op de doeken zijn niet zo krachtig als ik dacht. Ze zijn dof en veel te somber. De blik van anderen op mijn onbeholpen werk maakt me zwak. Als je alleen bent kun je je niet schamen.
Natuurlijk had mijn moeder altijd gezegd dat ze mijn werk prachtig vond als ze mijn slaapkamer binnenstormde terwijl ik schilderde. Dat wekte geen schaamte maar irritatie.

De eerste dagen aan de Rietveldacademie voel ik me verloren. Hoe de mensen met elkaar praten en hoe ze over kunst spreken, ik kan er weinig mee. Ook lijken de meesten al jaren in deze stad te wonen. Voor mij is alles nieuw. En aangezien dit de richting autonome kunst is werken we niet volgens opdrachten. Die vrijheid is beklemmend. Ze geven ons slechts een leeg atelier en een pasje van de schoolbibliotheek: ‘Succes.’ Ik heb geen idee waar ik moet beginnen.
Na een week, die zo traag is verlopen als stroop, wordt de hoofddocent geïntroduceerd. Al jaren is hij verantwoordelijk voor alle Rietveldschilders. Ik weet allang wie de man is. Hij is de reden, los van het paard in de mist en Francis Bacon, dat ik voor de Rietveld heb gekozen: Josef Dietz.
Elke laatste donderdag van de maand komt hij op atelierbezoek om ons werk van kritiek te voorzien. Vandaag is hij er voor het eerst. Dit is het moment waar alle studenten op hebben gewacht. Je voelt de nervositeit in de gangen hangen.
Bellend en met een beker koffie in zijn hand komt Dietz het leegstaande atelier binnen waar alle schilders zich hebben verzameld. Een lange man in maatpak met kort grijs haar en een nonchalant loopje. Een loopje dat hoort bij mensen die het gemaakt hebben. Hoewel hij niet het uiterlijk heeft van een straatvechter worden alle studenten angstig stil. Zijn blik is vitaal en niet zo stoffig als zijn grijze haar doet vermoeden. Hij kijkt de ruimte in en dan richt hij zijn blik naar de grond.
‘Ik bel je later terug.’ Dietz hangt op en steekt de telefoon in zijn broekzak, waarbij hij zijn vingers helemaal uitstrekt.
‘Zo, dus jullie worden mijn nieuwe slachtoffers?’
Iedereen krijgt een hand en de studenten stellen zich aan hem voor. De handdruk van Dietz is hard maar niet pijnlijk. Als hij me aankijkt voelt het alsof ik echt gezien word. Die eigenschap wordt vaak ten onrechte aan kunstenaars toebedeeld. Maar een beunhaas met een kwast in zijn hand is geen schilder. Ik stel me voor en hij herhaalt mijn naam: ‘Robert Lowenthal.’

De schilderijen van Josef Dietz waren in zijn jongere jaren figuratief maar zijn daarna steeds abstracter geworden. Uiteindelijk verdween de mens en bleef er alleen vorm over.
Tegenwoordig maakt hij imposante doeken met enkel vlakken die ruimtes suggereren of diepe landschappen. Zijn werk is verdomd helder maar niet transparant. Er zit vaart in, je ziet bijna hoe de doeken gemaakt zijn. Als je – zoals ik – donker wil schilderen is het belangrijk dat het werk niet dof of troebel wordt. Dat hoop ik van hem te leren: Dietz beweerde ooit in een interview dat hij nog altijd Frans Hals bestudeert en bewondert om diens levendige zwart.
Toen Dietz in 1983 afstudeerde won hij meteen de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Twee jaar later kreeg hij een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Aankopen door het Philadelphia Museum of Art en het MoMa in New York volgden. Zijn naam was gevestigd.
Als je hem googelt komen er naast lange essays over zijn werk ook wat goedkope nieuwssites tevoorschijn. Daar kun je lezen dat hij gescheiden is en tegenwoordig een nieuwe, veel jongere vriendin heeft. Op de foto bij een van de artikelen staat Josef zenuwachtig te lachen naast voormalig koningin Beatrix, de handen over elkaar en met een iets rood aangelopen hoofd. De pulp is de vrucht van je succes.
In een documentaire over zijn leven en werk wordt hij gevraagd naar ‘het emotionele belang in zijn werk’.
‘Emotie?’ zeg hij. ‘Daar heb je niks aan, dat is het ergste wat een kunstenaar kan overkomen.’
Verderop in de documentaire zie je Josef in zijn enorme atelier naar een onvoltooid doek staren.
‘Draag je altijd een pak als je aan het werk bent?’ vraag de interviewer. Josef kijkt in de lens en beweegt zich richting de camera.
‘Ik ben er pas op latere leeftijd mee begonnen. Op een dag belandde ik gekleed in pak voor mijn doek en ik merkte dat ik me op een andere manier concentreerde, ik wilde me niet vuil maken. Op z’n zondags. Iedere dag zondag.’
Het pak dat Josef in die film draagt is felblauw, de stof oogt stevig maar toch soepel. Als hij spreekt is de blik in zijn ogen humaan maar als hij naar zijn werk kijkt koel. In zijn atelier bevindt zich een tiental schilderijen, allemaal netjes tegen de muur opgesteld. Ook staat er een vleugel. Aarzelend begint hij het vierde pianoconcert van Beethoven te spelen.
‘Het vierde, dat is het beste pianoconcert dat Beethoven schreef.’ In de reflectie van het glas zie je hem spelen. Achter de ramen waaien kale takken onverschillig mee op de cadans van de wind, het lijkt winter. Soms komt de zon door en dan verdwijnt zijn schim even uit de spiegeling. Hij stopt met spelen, steekt een sigaret op en de rook dwarrelt in de enorme ruimte boven hem.
‘Bij ons thuis werd er altijd Beethoven gedraaid, ongeveer het enige wat mijn vader luisterde.’
‘Speelde hij zelf?’ vraagt de interviewer.
‘Mijn vader? Nee, helaas, maar hij had het graag gewild, denk ik. Hij betaalde wel mijn pianolessen.’ Josef lacht ingehouden, wrijft over zijn voorhoofd, neemt een trek van zijn sigaret en kijkt naar buiten. ‘Mijn vader heeft nooit gestudeerd, dat kon niet. De oorlog brak uit, het geld was op, er moest gewerkt worden. Daar is op zich niks mis mee.’
‘Wat zou hij gestudeerd hebben?’ ‘Geen idee, zijn oudere broers waren advocaat en dokter. Hij werkte in een papierwinkel, waar hij vooral het kopieerwerk verzorgde. Ik denk altijd aan mijn vader als ik een kopieerapparaat ruik.’
Josef slaat een willekeurige toets aan op de piano. De toon klinkt na in het vrijwel lege atelier. Dan pakt Josef een kwast en begint met het mengen van de verf. Met zijn ijzige blik kijkt hij naar het doek, dan begint hij kleur aan te brengen. Zijn hoofd is net iets te bruin voor de tijd van het jaar en zijn tanden verdacht wit voor een kettingroker. De roem is hem niet naar het hoofd gestegen maar zijn hoofd wel naar de roem.

 

Reacties op Bontebrug


'De betreurde Jan Wolkers heeft zijn opvolger gevonden'

Hans Mellendijk, de Gelderlander

"In zijn fraaie debuutroman beschrijft Jonah Falke de lotgevallen van de jonge Achterhoeker Robert Lowenthal die zijn geluk gaat beproeven op de Rietveldacademie. Geen origineel thema, en daarom des te knapper dat Falke met zijn beschrijvingen van beide werelden de lezer blijft boeien."

VPRO Gids

‘Falke zet de Achterhoek mooi af tegen Amsterdam. Een schuurfeest tegenover een vernissage. Het dorpscafé  tegenover het Rembrandtplein. De lusteloosheid tegenover de Rietveld Academie, drukte en ambitie. En Robert Lowenthal die daarin zijn weg probeert te vinden. Goed geschreven bovendien’

Het Parool

'Een pageturner over de haat-liefdeverhouding met Achterhoek en Amsterdam'

De Gelderlander

'De rauwe schrijfstijl heeft enige overeenkomsten met Herman Brusselmans; liefhebbers van hem zullen Falkes werk dan ook zeker kunnen omarmen. Al met al is Bontebrug een goed geschreven expositie, waarbij Falke op een hilarische manier de verschillen tussen de Achterhoek en Amsterdam toont. Luchtig, rauw en plezant.' *** 

Mads Bruynesteyn, Hebban

"Schaamteloos geschreven over dingen waarvoor je je schaamt, intuïtief en vervuld van twijfel tuimel je in een logische richting. En dat alles geloofwaardig, komisch en soms tenenkrommend."

F. van de Ven

"Het heeft me echt geboeid, en dat is geen geslijm. Een heel puur en eerlijk boek met al zijn menselijkheid."

E. de Vries.

"Een soort Joe Speedboat 3.0. Ik geniet, verwonder en lach soms hardop. Leest als een sneltrein, wat een machtig boek."

A. Karsenberg

"Bontebrug van Jonah Falke is zo onbedaarlijk grappig en mooi. Gewoon vanzelf, lijkt het, alsof hij daar geen moeite voor
heeft gedaan"

P. Buurman

"Jonah Falke beschrijft via prachtige observaties en met een heerlijk gevoel voor humor het dilemma die de nog niet zolang afgestudeerde kunstschilder Robert ervaart als hij van Bontebrug verhuist naar Amsterdam. De carriere van Robert krijgt met grote stappen gestalte, Robert heeft een prachtige relatie met de mooie Brona, maar hij heeft ook een zeer waardevolle (jeugd-) vriendschap in het provinciale Bontebrug. Via allerlei lotgevallen en anekdotes, maar ook via analyses van werk van bijv. schilders als Lucian Freud schetst Jonah een subtiel palet aan gevoelsmatige verschillen tussen het leven in Amsterdam en het leven in zijn geboortestreek. Een dramatische gebeurtenis dwingt hoofdpersoon Robert tot het maken van een fundamentele keuze. Dit boek is een pageturner, die je niet neerlegt, dan nadat je het hebt uitgelezen. Een absolute aanrader. Enige nadeel van het boek: het telt slechts 207 pagina's."

Dorland, Bol.com

'Sommige scènes zijn lekker vies als leverworst, en net zo vaak is er liefde in Bontebrug. Er zitten 24 ezelsoren in mijn exemplaar, voor de mooiste passages. Jonah's schilderij op de voorkant verdient ook een ezelsoor, maar dat is zonde en het heeft bovendien al een schoothond.'

S. Kusçu

'Toen ik Portnoy's klacht uit had dacht ik dat er nooit meer een boek zou komen waar ik hardop over moest lachen. Dus wel, Bontebrug, prachtig zo mooi geschreven, een heerlijk boek.'

G. Sluiter

'Jonah Falke (1991) is een klassiek voorbeeld van een multitalent. […] Bij alles wat hij doet spat de energie eraf. Of je nu naar hem luistert of naar zijn schilderijen kijkt, hij neemt je mee in de intensiteit waarmee hij de dingen doet en grenzen opzoekt.'

Manuela Klerkx, Klerkx International Art Management

"De roman blinkt uit door kwajongensachtige, korte verhalen. Falke leidt de hoofdstukken bijna als een sprookje in door vrij duidelijk wie, wat en waar te vermelden. Deze inleiding vormt een opmars voor het avontuur dat beleefd wordt. Falke houdt je op deze manier aan de roman gekluisterd, want je blijft geamuseerd verder lezen..."

Cleeft

 

Bontebrug gelezen? We horen graag je mening!