Blog


Vluchtvisioenen - Jonah Falke

Vluchtvisioenen 26-01-2017

In de ochtend attendeerde een vriend me op een verhaal in NRC Handelsblad van Arjen Fortuin over schrijfster Judith Herzberg. De titel van het stuk luidde: ‘Geen interview’. 

Deze column is ook te beluisteren, ingesproken door Jonah Falke.

Over haar pas verschenen boek Er was er eens en er was er eens niet heeft Herzberg niks te zeggen. Het gebrek aan - of de weerzin tegen – enige vorm van uitleg kwam de vriend en mij als verstandig voor.
Hij zei: ‘De meeste interviews zijn niet te harden, ik word zo ziek van al die grote ego’s.’
Ik zei: ‘Alleen de zwakzinnigen gaan misschien uiteindelijk in zichzelf geloven.’
Het leek me waar. Al is het een paradoxaal gegeven dat je altijd jezelf nodig hebt om het over ‘anderen’ te hebben.                                            

In de middag belde een andere vriend. Hij belde af. Hij is al langer aan het wankelen. Wat daar aan te doen is wordt me maar niet duidelijk. Wel het lijkt me niet de bedoeling dat je jezelf een verlamde zenuw in je arm snuift waardoor je je bij een ziekenhuis moet melden.
Een gebrek aan eigenwaarde was misschien de oorzaak van zijn herhaaldelijke schadelijke gedrag. Als je in een goede wijk in een welvarend land woont, blijft er dan niets over om aan te tasten dan je lichaam en je hoofd?
‘Alleen de zwakzinnigen gaan misschien uiteindelijk in zichzelf geloven’ – deze uitspraak van een paar uur eerder was ineens wat leugenachtig. Je kunt jezelf kennelijk tegenspreken zonder jezelf te verloochenen.
De vriend die afbelde is overigens niet zwakzinnig, eerder te slim. Met zijn arm gaat het inmiddels beter.

In het drie uur durende marathoninterview dat Wim Brands in 2010 had met schrijver A.L. Snijders merkt Brands op dat de auteur zichzelf graag pootje ligt – iets kan beweren om daarna het tegenovergestelde te zeggen.
Snijders’ talent werd opgemerkt omdat hij elke dag meerdere brieven schreef. Het gesprek kwam op componist Erik Satie, die eveneens een maniakale drift tot het schrijven van brieven had. Maar Satie opende de antwoorden op zijn brieven nooit. Snijders zei, en ik parafraseer: ‘Ik kan me voorstellen dat het eigen ego te groot is om het antwoord te lezen.’
Snijders beweerde in dat interview ook dat hij een ambitieloos man is; wellicht was dat ook een van zijn charmante leugens.

Is het oké om wél te praten over het ego maar áls je dat doet zoveel mogelijk te verzinnen en zand in de ogen te strooien?

In de avond las ik in Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa. Hij schreef: ‘Ik kan me alles verbeelden omdat ik niets ben. Als ik iets was, kon ik mij niets verbeelden.’