Blog


Pashokje - Jonah Falke

Pashokje 02-02-2017

Vorige week hielp ik een vriend bij het schilderen van een kantoorruimte. Hij haalde me op in zijn oude Mercedes. Er lag sneeuw, de zon stond laag en hij gaf me de zonnebril van zijn dochtertje. Op de zijkant van de bril stonden bloemen en hij klemde strak om mijn hoofd. Als je nog geen hoofdpijn had, dan kreeg je het vanzelf van die bril.

Deze column is ook te beluisteren, ingesproken door Jonah Falke

Die vriend, zijn vrouw en twee kinderen wonen op een industrieterrein. Zijn vrouw runt momenteel een lingeriezaak. Maar de winkel wordt opgedoekt en er komt een yoga-centrum aan huis voor in de plaats. Als je maar gelooft dan kan mediteren, evenals bidden, overal.

We begonnen met schilderen. Buiten klonk soms een gil van de spelende kinderen. Het was moeilijk voor te stellen dat hier straks mensen ter ontspanning zouden komen. Het gekrijs werd luider, we zetten de radio harder.

Tijdens het schilderen vertelde mijn vriend over het gevaar van verbouwen.

Hij zei: ‘Ik doe het nooit meer, slecht voor je relatie.’

‘Want?’

‘Veel vrouwen die in de winkel komen vertellen dat ze lijden aan verbouwingsstress en het daardoor niet meer zien zitten.’

Ik vroeg of het aanschaffen van lingerie een poging kon zijn om een huwelijk te redden.

Dat wist hij niet.

Maar hij zei wel: ‘Tijdens het passen van een beha beginnen ze te huilen en dan vaak om een onbenullige verbouwing.’

Ik knikte begripvol, al heb ik nog nooit lingerie gepast of een echte verbouwing meegemaakt. Maar als de kleren uitgaan, komen de tranen. Dat leek me duidelijk. Het leek me ook een perfecte reden tot het behouden van een lingeriezaak. Want waar zullen al die mensen straks hun gebreken laten zien?

Tijdens een pauze van het schilderen gingen we naar buiten. De moeder maakte een sneeuwpop en de kinderen speelden met een slee. Allen leken evenveel plezier te hebben.

Bij gebrek aan een neus werd er een grote steen in het gezicht van de sneeuwpop geduwd.

Het dochtertje schreeuwde: ‘Mama, dat kan echt niet, die neus is véél te groot!’

Het zoontje zei niets maar gilde als een orka en keek gespannen naar de sneeuwpop.

Mijn vriend zei: ‘Een neus is een neus.’

De moeder lachte en pakte de steen uit de sneeuwpop en gooide hem op de grond. Onbeweeglijk bleef hij liggen in de dikke sneeuw.

Al wijzend op de kinderen zei de moeder: ‘Alles is een kwestie van leven of dood, maar daar raak je wel aan gewend.’

Ik knikte instemmend. Daarna wreef ik kort aan mijn neus om te voelen of hij er nog zat.