Blog


Therapie  - Jonah Falke

Therapie 23-02-2017

Vorige week was ik uitgenodigd om een leesclub over Bontebrug bij te wonen in het Multatulihuis in Amsterdam. Ik maakte me als ongeschoolde een beetje zorgen om hoe ik de neerlandici en academici van de UVA zou moeten tackelen.
    Iemand zei: ‘Je kunt ze één voor één aan hoor.’

    Ik zei: ‘Dat klopt denk ik, maar ze zijn met velen, dat kan een probleem worden.’
    De moderatoren waarschuwden me voor een belezen jongen die ‘eind 1700 is geboren en archaïsch spreekt.’ Het bleek degene waar ik het meest aan had.
    Hij was erg sympathiek omdat hij niet zijn best deed om aardig gevonden te worden. Ook verloochende hij nooit zijn eigen opvattingen.
    Ik sprak met hem over schaamte. Hij vond dat Bontebrug bol stond van sociale schaamte.
    We kwamen tot de conclusie dat het uiten van je lusten de enige manier is om je van schaamte te bevrijden.
    De jongen had bij binnenkomst bijna al zijn vrienden geknuffeld. Mij had hij gelukkig een hand gegeven. Het kwam me niet als een intellectuele daad voor, eerder als een humane. Ook de intellectueel wil aangeraakt worden.

De leesclub begon met een quiz. Alle vragen werden juist beantwoord. Als beloning was er een shotje wodka. De rest van de avond leek op therapie en ik was de patiënt. 
    Tijdens de discussies werden zelfs de meest banale gebeurtenissen tot de bodem geanalyseerd. Het gooien van een glas urine in iemands gezicht, het poepen in een pizzadoos. Terwijl de mensen spraken vroeg ik me meermaals af waarom ze eigenlijk alles wilden begrijpen. Zelf ken ik het plezier van het doorgronden niet, of wil ik het niet kennen. Omdat ik vermoed dat een uitkomst altijd ontoereikend en vaak leugenachtig is.

Er was een meisje dat een opmerking maakte over de hoofdpersoon in het boek. Het autobiografische aspect blijft altijd aanwezig en lastig.
    Ze zei: ‘De hoofdpersoon gaat met mensen om waar hij zich niet aan geeft, alles overkomt hem, hij onderneemt zelf nooit iets. En alle mensen met wie hij omgaat hebben iets afstotelijks. Gebruikt hij ze? Hij hoort nergens bij. Is dat uit onverschilligheid?’
    De opmerking raakte me. Waarschijnlijk omdat het waar is. Want het lukte niet om mezelf helemaal los te zien van de hoofdpersoon.  
    Mag je mensen gebruiken voor je eigen doel? Volgens sommige mensen in de leesclub was dat gebruik wat vriendschap behelst. Anderen vonden dat cynisch en zeiden dat je waardevolle vriendschapen kunt hebben met mensen waar je tot veroordeeld bent - in dit geval in een dorp.

Op de fiets naar huis maakte de opmerking van het meisje me treurig. Maar misschien kwam dat door de regen en de kou. Ik ging al mijn vrienden langs en kwam tot de conclusie dat ze allemaal een rol vervullen. Voor sommige heb ik sterke gevoelens, al zijn er dat niet veel. Het is een goed streven om jezelf los te zien van anderen. Elk samenvallen of een geheel vormen is een illusie, zo niet een leugen. Maar ook een leugen kan aangenaam zijn.
    Ik hoopte dat ik in sommige levens een rol speelde, al was het als figurant. 

Vlak voordat ik naar huis ging had een ander meisje - waarvan ik vermoedde dat ze me wel zag zitten - gezegd: ‘Ik rook ook heel veel sigaretten en jouw gebruik van een pizzadoos snap ik daarom wel.’
    Ik was blij dat ik alleen naar huis fietste en niet naar dat van haar.