Blog


Agenda - Jonah Falke

Agenda 28-06-2017

Of ik wat te doen had. Ik zei dat even koffiedrinken wel ging lukken. Ook al heb je een lege agenda, dan lijkt me het goed om vooralsnog te suggestie te wekken dat je met iets bezig bent. Zadel de ander niet op met je eigen leegte.

Dit komt misschien omdat ik voorzie dat ik me ooit terug zal trekken op het platteland, om de dagen te beginnen en te eindigen met het nuttigen van alcohol. Want de enige garantie die het leven biedt is dat het op den duur allemaal minder wordt. Het begint vaak leuk, maar eindigt altijd somber. Meer drinken helpt. Maar die tijd is nog niet aangebroken.

Ik bezocht haar in een groot huis waar ze samen met haar ex-vriend had gewoond. We gingen in de tuin zitten die uitkeek op een drukke straat. De relatie was pas kort geleden verbroken. Eén van de redenen daarvoor: ‘Het was allemaal te perfect, in dit huis. Maar nu het over is, ben ik eigenlijk niet eens minder gelukkig.’

Dat vond ik opmerkelijk, want over een maand zou ze ook nog eens dakloos en werkloos zijn. Maar als je een, zoals ze het zelf formuleerde, rijk sociaal leven hebt, hoeft dat geen probleem te zijn.

Ik opperde: ‘Er is altijd wel iemand die voor jou een pannetje soep overheeft. En wellicht ben jij een van de weinigen die altijd gelukkig is, wat er ook gebeurt.’

‘Misschien.’

‘Toch raar om deze plek te moeten verlaten…’, zei ik.

Er sprongen tranen in haar ogen en ik zocht driftig naar een ander gespreksonderwerp. Het leek me onnodig om haar overstuur te maken.

Ik vroeg wat ze ging doen de komende maanden. Dat hielp. Ze zei opgewekt: ‘Ik ben van plan om op m’n motor naar Istanbul te rijden, via Italië, dan de boot naar Griekenland en door.’

‘Dapper. Niet te eenzaam?’

‘Het wordt pas eenzaam als je niemand tegenkomt, dat gebeurt vast niet.’

Toen keek ze op haar telefoon en schrok. Ze had al in de trein moeten zitten. Ze had afgesproken om met een vriend naar de film te gaan in Nijmegen.

Voor de deur, naast onze fietsen, namen we afscheid en spraken nog wat. Maar mijn aandacht verslapte omdat ik keek naar een vrouw die achter een kindje aanrende. Het ging net goed, de auto remde op tijd.

Ze keek me aan en zei vinnig: ‘Denk je dat je met jouw blik een ongeluk had kunnen voorkomen?’

Ik lachte en zei dat het op zijn minst het proberen waard was.

Daarna stapte ze op haar fiets en zei: ‘Ik moet nú echt gaan!’

Ze ging.

De haast om iets van je leven te maken, wordt soms met een lege agenda alleen maar groter. Ik zag haar fietsen in de verte en hoopte dat ze later deze zomer veilig in Istanbul aan zou komen.