Blog


Slaaf - Jonah Falke

Slaaf 13-07-2017

Gisteren sprak ik af met een oude vriend op een terras. Onbedoeld werden we dronken in de zon. De vriend bleek voornamelijk gewoon een vriend te zijn maar misschien was het de drank. Hopelijk kun je met sommige mensen gewoon verder waar je was gebleven. 


Hij zei: ‘Ik heb je ex een uur geleden nog aan de telefoon gehad.’
‘Wie?’
‘Hoeveel smaken heb je?’ 
Niet veel inderdaad. 
Ik vroeg hoe het haar verging, aangezien ze iedere aanzet tot contact altijd had gemeden. 
Het ging niet al te goed, hij zei: ‘Net als ieder denkend mens weet ze het niet en is ze vrij depressief.’ 
Op het moment dat je het kunt benoemen neemt volgens mij de zwaarte van een mogelijke depressie af, maar ik kan ernaast zitten. Ik hoopte desalniettemin dat ze gelukkig werd. Over de hang naar religie van mijn ex begon ik niet tegen mijn vriend, al was ik erg benieuwd hoe het daar mee stond. 

De reden dat ik hem eerst als een ‘oude vriend’ zag kwam wellicht door het feit dat hij zich de afgelopen jaren had teruggetrokken. Net als mijn ex leek hij het contact te mijden. Gisteren leek hij transparant of open, hij kon praten. Met moeite, aarzelend en wat beschaamd zei hij: ‘Ik heb een boek gevonden, en sinds ik dat las weet ik wat ik moet doen. Ik ben hypersensitief, alles valt nu op z’n plek.’ 
Hij vertelde me over symptomen en ook over het gezin waar hij uit kwam, dat het de gevoeligheid in de hand werkt. 
‘Ik denk dat je het moet zien als iets positiefs en er je voordeel uit moet halen,’ zei ik.
‘Juist, maar het voelt een beetje als uit de kast komen. Dat mensen moeten me nemen zoals ik ben. Het is ook wel spannend, wie ik zal zijn of eigenlijk ben?’
‘Daar ben ik niet zo bang voor hoor, en past niet ieder mens zich constant aan?’
Hij knikte en zei iets wonderlijks: ‘Depressie en melancholie zijn pas bij de Romeinen ontstaan, omdat ze niet hoefden te werken, slaven hadden, en na kónden denken. In mijn hele leven heb ik nagedacht en manieren ontwikkeld om niet te hoeven leven. Ik kan goed vluchten. Wie mijn slaaf is weet ik niet.’

Onlangs zei een andere vriend: ‘Een vrouw woonde met haar man erg afgelegen op het Franse platteland, altijd waren ze samen. Tot hij overleed en twee jaar later was de vrouw hem al zo goed als vergeten. Tijdens het leven zijn mensen volgens mij doodsbang om vergeten te worden, met depressies en weet ik wat nog meer tot gevolg.’
We lachten.

Gaan mensen uit angst om vergeten te worden misschien een profeet dienen of worden ze er desnoods zelf een? 
Als je jezelf al vergeet tijdens je leven, door te werken, scheelt dat een hoop angst en tijd.

Het melken van een koe zou een prachtig doel kunnen zijn. Mocht je dat een te schraal idee vinden: zing dan het Ave Maria tijdens het melken.