Blog


Verleden - Jonah Falke

Verleden 04-01-2018

Gisteren belde een oude vriend. Hij vroeg ik langs wilde komen. Ik had weinig zin maar soms moet je jezelf ergens toe zetten. Een jaar geleden zat hij nog in een psychiatrische kliniek en sinds hij daar uitkwam heb ik hem niet meer gezien. Misschien was ik bang om hem terug te zien en erachter te komen dat het leven hem nog steeds te zwaar valt.

 

Hij was weer begonnen met drinken. Toen hij in de kliniek zat moest hij daarmee ophouden. Maar nu heeft hij een vriendin en is hij naar eigen zeggen beter. Kennelijk mag je dan weer drinken. Hij dronk gister een fles lauwe rosé.

‘Ik denk eigenlijk dat ik daarom in de kliniek zat: ik miste een vriendin in mijn leven. Maar nu slaap ik ook slecht, omdat ze er niet is, daarom drink ik vanavond.’

Iedere drinker zoekt een reden. Hij vroeg of ik ook wilde. Ik had kennelijk te weinig reden of ik hield niet genoeg van lauwe rosé. 'Wie weet later,' zei ik.

 

Hij liet een foto van zijn vriendin zien en ik zei: ‘Mooie hoed heeft ze op.’

‘Ja, Jonah, ze is dik, dat vindt ze zelf ook een raar gezicht hoor. Maar daar gaan we wat aan doen. We eten veel vlees, mijn vriendin en ik, dat is niet gezond, daar word je dik van.’

Ik vroeg of ze iets aan lichaamsbeweging deed. Hij leek me niet te horen en ratelde door. ‘In Duitsland heb je van dat goedkope vlees, heerlijk. Laatst waren we aan het barbecueën op het balkon en toen begon het te sneeuwen. Dat siste en rookte joh. Toen ben ik binnen gaan staan en ik heb ik met mijn hand uit het raam verder gebakken.’

Ik keek naar het raam of daar nog sporen van vet of rook te zien waren, maar er was niets te zien.

 

Later rookten we een sigaret op het balkon en zei hij: ‘Oké, nu even een serieuze vraag, hoeveel pagina’s heeft dat nieuwe boek van je?’

Ik mompelde wat, wist het nog niet precies.

‘Hoeveel bladzijden?’

Ik noemde een getal.

‘Oké, mooi!’

 

Zes jaar geleden ben ik met deze vriend een paar weken naar Italië geweest. We dronken liters grappa, zagen hoeren in het industriële Genova, zwommen in de zee en barbecueden hoog in de bergen. In de auto luisterden we naar een album van de Belgische band Novastar. En hij wilde soms het nummer ‘Leef als een zigeuner’ van Frank van Etten horen.

 

We drukten onze sigaretten uit en gingen weer naar binnen. Hij sprak, ik knikte en luisterde en zag hoe hij een hele fles rosé wegwerkte.

 

Interesse in de ander wordt vaak zwaar overschat. Er was heel wat tijd verstreken sinds de laatste keer dat we elkaar zagen, maar we hadden niets nieuws te melden. Hij leek er geen problemen mee te hebben.

 

Toen ik thuiskwam luisterde ik in bed naar ‘Leef als een zigeuner’. Frank van Etten zong: ‘Geniet van de momenten. Ook al ben je down. Vergeet nu het verleden.’ 

Naast mijn bed lag het boek De wereld van gisteren van Stefan Zweig. Ik las er niet in maar deed het licht uit en probeerde te slapen.