Blog


Ogen - Jonah Falke

Ogen 15-03-2018

Mijn vader en ik vergezelden een Griekse man bij de kapper in het stadje Kozani. Daarna zouden we iets gaan eten in de bergen. De man zei: ‘Het duurt maar vijf minuten, zoveel haar heb ik niet.’

Een kale man met lang haar: zo omschreef ik mijn vader in de kleuterklas. Deze Griek had eenzelfde kapsel: slechts een mat. Duitsers hebben daar een prachtig woord voor: vokuhila - vorne kurz, hinten lang. De Griek koesterde iedere haar, mijn vader al lang niet meer. Wat hij nu koestert, laat zich raden. Het lijkt me niet erg als de idealen van je ouders steeds raadselachtiger worden. Volgens mij moet je ze die vrijheid gunnen, zoals ze dat bij hun kinderen, als het goed is, ook doen.

De Griek belde zijn nichtje om haar kapsalon te openen op haar vrije dag. Ze kwam. Mijn vader en ik namen plaats op het bankje achterin in de kapsalon. Tijdens de knipbeurt zei mijn vader: ‘Zie hem zitten, net een engeltje. Daar valt toch geen eer aan te behalen als kapper?’

Ik beaamde het met een lach. Na een paar minuten vroeg de kapster of ik ook een knipbeurt kon gebruiken.
‘Al dat lange haar,’ zei ze in Grieks.

Ze keek me gretig aan via de spiegel. Ze leek graag aan me te willen zitten, ook zonder schaar in haar hand. Dat had ik ook wel gewild maar niet met mijn vader in de buurt. Ik schaamde me en wende mijn blik af om te ontsnappen aan haar blik.

Vervolgens reden we de bergen in. Het landschap kalmeerde. Het raam stond open. Het pas geföhnde haar wapperde in de nek van de Griek. We stopten bij een restaurant naast een Byzantijns kerkje. We liepen niet naar het restaurant maar naar de kerk.

Mijn vader zei: ‘Normaal komt het eten vóór de moraal, maar hier niet.’

De Griek zei trots: ‘Kijk, de fresco’s, ze hebben geen ogen. Die zijn eruit gebikt door de Ottomanen. Want die ogen keken rechtuit, ze keken je altijd aan, net als de Mona Lisa. Moslims mogen niks afbeelden.’

De geschiedenis leert je soms iets over het heden. Ik dacht terug aan de kapster en haar blik. Evenals bij de Mona Lisa was die moeilijk te negeren.

Onderweg naar buiten vroeg ik de Griek of ze ook iets van sandwiches hadden daar. De moraal maakt kennelijk hongerig. Hij begon smerig te lachen en zei: ‘Ga maar ergens zitten in de zon, dan komt het goed.’

Een half uur later stond er een salade en een doormidden gezaagde schapenkop op tafel. We aten zijn hersens, die zo zacht waren als paté. Verder was het een heerlijke maaltijd.

Alle drie droegen we een zonnebril aan tafel, alleen de verkoolde ogen van het schaap keken me aan. Ik legde er een servetje overheen.