Blog


Nam Kee - Jonah Falke

Nam Kee 10-05-2018

Op 4 mei 2015 begon mijn leven zoals het er nu uitziet: een werkloos bestaan. Mijn uitgever deelde toen mee: we gaan je boek uitgeven, dit is het voorschot. Ik besloot direct te stoppen met werken in de thuiszorg en de bejaarden aan hun lot over te laten. Sommigen daarvan hadden de oorlog meegemaakt. Maar ook zonder mijn hulp zouden ze het redden.

Ik vierde het boekcontract met een vriend. Het was een mooie dag. We zaten bij het Eye museum in Amsterdam–Noord en dronken wat. Op een gegeven moment moet je iets eten, dus we fietsten naar het restaurant Nam Kee.
Die dag werden er geen doden herdacht door ons. Niet uit onverschilligheid, maar het geld en de toekomst veroorzaakten een roes. In dit land komt die roes veel voor en noem je die volgens mij: de vrijheid die vrede brengt. Het is dan ook de langste periode in de geschiedenis zonder oorlog hier. 
Pas rond negen uur realiseerden we ons dat we het herdenken waren vergeten. Ook in het restaurant, een uur eerder, was er niks herdacht: mensen spraken en rammelden met borden alsof ze nooit anders gedaan hadden. 

Afgelopen vrijdag, precies drie jaar later, ging ik met mijn geliefde naar Amsterdam. Niet om de doden te herdenken maar om de vriend te bezoeken waarmee ik destijds in Nam Kee zat. We gingen allereerst naar het Blauwe Theehuis in het Vondelpark. Het was eveneens een mooie dag. Later gingen we naar het huis van de vriend om te eten met zijn vrouw. 

Tijdens het voorgerecht spraken we over de televisieserie Onbehagen van Bas Heijne. 
Mijn vriend zei: ‘Die Heijne is eigenlijk erg romantisch hé? Sinds de oorlog er echt wel een hoop veranderd.’ 
Zijn vrouw zei: ‘Ja, het ging veel over dat het in de jaren 70 of 80 beter was, zíjn idealen, en minder over de toekomst, terwijl dat telt natuurlijk.’
Mijn vriendin zei: ‘Maar, er lijkt nu ook geen duidelijke richting voor het goede te zijn. Jullie deelden flyers uit tegen kernwapens. En wij dan, Jonah? Wat doen wij op dit moment?’
Bij gebrek aan een heldere overtuiging nam ik een grote hap van de gebonden tomatensoep. Ze keek me strak en steeds strenger aan. 
‘Jonah!’
‘Ja, je hebt gelijk, wij doen niks.’ 

Vlak na het voorgerecht, om acht uur, keken we naar de dodenherdenking op televisie. Tijdens de stilte bleek het herdenken in groepsverband erg complex en te abstract. In plaats daarvan dacht ik aan een bejaarde die ik had geholpen in het huishouden. Ze zei: ‘We hebben zo’n honger gehad tijdens de winter van 1945. Ik fantaseerde zelfs over gebakken eitjes, voor heel even hielp dat. Het water liep me dan in de mond.’
 
Toen het Wilhelmus in de woonkamer klonk riep de vrouw van de vriend voorzichtig: ‘Komen jullie? Het eten is klaar.’ Ik zuchtte van verlichting en stond op. We aten en spraken die avond luidruchtig en het bestek rammelde in dit huis net zoals het in Nam Kee had gedaan.