Blog


Vinger - Jonah Falke

Vinger 14-06-2018

Er is een vriend die alleen belt als hij een probleem heeft. De afgelopen jaren waren zijn ongemakken zowel lichamelijk als psychisch. Ik ken niemand met zoveel metalen pinnen in zich. Maar sinds hij een vriendin heeft, zijn de psychische problemen in ieder geval verdwenen. Het ontbreken van liefde was vast het probleem.

Gister belde hij weer eens. Hij zei: ‘Ik heb in mijn vinger gezaagd, ik dacht ik bel om te vragen hoe het met jou is. Vanmiddag moet ik naar het ziekenhuis.’
Ik ging bij hem langs.
Bij de voordeur zei ik: ‘Kan ik je nog een hand geven?’ Hij rijkte me zijn linker en zei: ‘Die andere hand zie je binnen wel.’

In de keuken schoof zijn vriendin net een gigantisch saucijzenbroodje, zo groot als een rookworst, de oven in. Hij legde zijn hand op tafel. Voor de helft was zijn wijsvinger zwart geworden. Op pakjessigaretten staan soms foto’s van een teen met eenzelfde kleur.
‘Ik heb door een groot stuk bot, pezen en zenuwen heen gezaagd.’
Ik zei dat het er dood uitzag. Hij drukte met de vinger op tafel en lachte wat. ‘Er zijn drie opties,’ zei hij. ‘Mijn vinger moet er helemaal af, ze halen nieuw bot uit mijn dijbeen, of ze maken de vinger kleiner om de nagel te behouden, dan wordt het alsnog een stompje, ik denk dat we voor de laatste optie gaan.’
‘We?’
‘Hij en het ziekenhuis,’ zei zijn vriendin die met haar neus op het glas van de oven stond.
Ik hoorde mezelf zeggen: ‘Jij hebt ook altijd wat he?’
‘Het hoort erbij he? Hoe is het met jou?’
Ik vertelde hoe het ging, hij luisterde zonder veel interesse en begon vrijwel direct over de bruiloft eind deze zomer. Ze gingen trouwen maar eerst op huwelijksreis naar Curaçao. Zo belangrijk vonden ze de volgorde kennelijk niet.

Het worstenbrood werd uit de oven gehaald. Hij zei tegen zijn vriendin: ‘Eet jij maar, ik ben toch een beetje zenuwachtig voor het ziekenhuis.’ Zijn vriendin at. Hij glimlachte naar me en speelde met zijn zwarte vinger zoals een kind met soldaatjes. Zij ademde steeds verontwaardigder door haar neus en keek mij aan. ‘Word jij daar niet misselijk van? Ik word daar misselijk van,’ en ze duwde haar bord voor zich uit.  

Een half uur later stonden we buiten. Hij zwaaide me uit met zijn gehavende hand. Zijn vriendin trok lachend haar wijsvinger in tot een stompje en wuifde mee. 
Ik zag uit naar de dag dat ze gingen trouwen, want vanaf dan zal elk gebrek officieel een gedeelde afwijking zijn. Hopelijk zou hij dan wat minder vaak hoeven bellen.

 

Foto saucijzenbrood: Alpha