Blog


Bath - Jonah Falke

Bath 28-06-2018

Mocht ik ooit een alleenstaande worden en aan het zwerven raken, dan verkies ik het Engelse stadje Bath als uitvalsbasis. Voor een reportage over Hollandse Meesters mocht ik er even heen. Het weer was aangenaam en het leven speelde zich buiten af. Bijna was ik er gebleven.

In de eerste eeuw bouwden de Romeinen er een badhuis. Tweeduizend jaar later is het stadje verworden tot kuuroord voor alleenstaande bejaarden. De ouderen leken gehinderd te worden door kleine lichamelijke kwaaltjes. Ze liepen wat moeilijk en droegen makkelijk zittende kleding en sandalen. Maar het is geen bedevaartsoord geworden, niemand leek een wonder te verwachten, slechts helend warm water. Op straat rook het overal naar zeep. Als de armoede, eenzaamheid of ouderdom aan jou begint te ruiken, lijkt me het aangenaam dat het om je heen nog wel fris ruikt.

Ook was de natuur er oververtegenwoordigd. Het zien van de kleur groen schijnt een mens te kalmeren. In de verte waren er groene bergen en tussen alle oude gebouwen lagen netjes bijgehouden parkjes, slechts omringt door een hek.
Zo’n park leek me de uitgelezen plek om de nacht door te brengen. Ik vermoedde dat alle vriendelijke bedelaars die overdag op straat liepen, daar sliepen.

In de avond at ik bij een Italiaan. Een eindje verderop schuifelde een Aziatisch ogende vrouw over de stoep. Later ging ze aan het tafeltje naast een man zitten en begon flirterig, en in gebrekkig Engels, te vragen wat hij hier deed. Vermoedelijk bood ze haar diensten als prostituee aan, want soms wreef ze over haar goed zichtbare lichaam zonder enige aanleiding.
Ze zei hijgend: ‘Ik werk in een privéziekenhuis, ik zorg voor gemak. Wat doe je vanavond? Ben je hier met vrienden?’
Het was een treurig gezicht. Met tegenzin antwoordde de man haar. ‘Ik ben een observator.’ Een verstandig antwoord. En, daar bleef het bij. Hoe goed ze haar best ook deed, hoe graag ze ook aangeraakt wilde worden, hij wenste haar een fijne avond en ging. Toen ze mij even speels benaderde vroeg ik de ober om de rekening.  

Aangekomen in het hotel bleek het armzaliger dan hun website deed vermoeden. Mijn kamer was gelegen op zolder, met slechts een bed en een wasbak. Het rook er naar verf maar het zag er aftands uit. Als je naar het toilet moest, of wilde douchen, dan moest je dat een verdieping lager, in een gemeenschappelijke ruimte, doen.

Ik verliet de kamer al snel omdat het veel te warm was om er te slapen. De straten van Bath waren leeg maar koel. Er was geen zwerver te bekennen en ook de vrouw die zichzelf aanbood, was er niet meer. Ik overwoog om ergens in een parkje onder een boom te gaan liggen. Misschien waren de armoede, ouderdom en eenzaamheid allang begonnen, zonder dat ik het doorhad.