Blog


Zoeklicht - Jonah Falke

Zoeklicht 05-07-2018

Zoals verzadigde mensen langs restaurants kunnen slenteren, liep ik door het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ik kwam niet speciaal voor iets, maar hoopte wat onverwachts te zien. 

Een suppoost dient net als een ober te zien waar zijn klant behoefte aan heeft. Met een Italiaans accent sprak een suppoost me aan: ‘Spreekt u Nederlands?’ Vervolgens begon hij uitleg te geven bij werk van ontwerpstudio Drift. Het kwam er op neer dat de lichtjes een zwerm vogels moesten voorstellen. Hij zei: ‘Dit is het mooiste wat ik ooit heb gezien. Als je het gezien hebt, wil je hier nooit meer weg. Ik zal dan rustig zeggen om tien uur: ga maar naar buiten.’ Ik lachte wat, bedankte hem en liep langs de lampen. Maar het was te druk in de zaal en de illusie van een zwerm viel in duigen. 

Vervolgens begon hij een collega te roepen. De suppoosten deden net alsof ze kinderen waren, ze maakten grappen op de gangen en lachten. Slechts een keer per week is het museum tot tien uur ‘s avonds geopend. De uitgelaten stemming deed denken aan een schoolreisje.

Ik dacht kort terug aan de tijd dat ik collega’s had. Op de werkvloer was mijn innerlijke kuddedier altijd met het individu in botsing geweest. Zonder afscheid had ik het baantje opgezegd en de collega’s verlaten. Eens schreef ik daarover: ‘Als je je tegen wat voor afscheid dan ook kunt verzetten, moet je het doen, volgens mij is dat leven.’ Geen idee of het waar was. Want toen de kok van de plek waar ik werkte overleed, zag ik mijn collega’s terug op een afscheidsborrel.

Zonder licht fietste ik van het museum naar huis. De terrassen zaten vol, sommige mensen waren nog aan het eten. Bij de achteruitgang van een restaurant stond een kok te roken en met zijn bezwete hoofd naar de lucht te kijken. Misschien wilde de kok graag een zwerm vogels voorbij zien trekken.