Blog


Het paard, de wagen en de mens  - Jonah Falke

Het paard, de wagen en de mens 02-08-2018

Schopenhauer noemde het leven de droom en de dood het ontwaken. Maar toen een vrouw zich twee weken geleden doodreed tegen een stilstaande boom langs het Slingerparralel in Ulft, verloor dat filosofische hersenspinsel zijn kracht. De auto vatte vlam, blussen en de vrouw redden bleek zinloos. Onwillekeurig dacht ik: misschien zijn gemeentewerkers de boom vergeten te kappen, ze hadden hem beter kunnen kappen.


Ongeveer een week na dat ongeluk, kwamen er twee vrienden op bezoek om te drinken. We spraken over de crash en over kunstmatige intelligentie.

Een van hen zei: ‘Ook NS en Pro-Rail zijn conservatieve bedrijven. Dat is de reden dat er nog machinisten zijn, en geen zelfrijdende treinen.’

De ander: ‘Ja, maar er is ook altijd een juridische kant: wie is er anders aansprakelijk bij een ongeluk?’

Toen men ooit van paard en wagen naar auto omschakelde, woedde er waarschijnlijk eenzelfde discussie als nu gaande is rondom elektrische auto’s en ook treinen. Wie wordt de dader? Ik vermoedde dat ook in de toekomst de mens de dader zal zijn.  

 

Eén vriend ging vroeg naar huis. Toen hij net weg was, belde hij. Honderd meter verderop lag er een over de kop geslagen auto in de berm. Het was in dezelfde straat waar de vrouw was overleden.

Terwijl ik met de andere vriend op weg naar het café liep kwamen we erlangs. Hoewel het al laat was, besloten buurtbewoners massaal om hun hond uit te laten. Met dierenliefde leek dat weinig te maken te hebben. Sommige honden leken slaperig.

 

Langs die kant van de weg stonden geen bomen die gekapt hadden moeten worden. Toch konden we door alle nieuwsgierige mensen de verongelukte auto niet zien. Wel stonden er een licht beschadigde andere auto en twee bellende, huilende Duitse jongens. Waren het de daders? De enige getuige ter plaatse leek me het paard dat vanaf het weiland naast de weg toekeek en soms hinnikte.

 

De volgende ochtend las ik: “Schopenhauer had een grote bewondering voor dieren, maar had een minder hoge pet op van mensen. Hij sprak zijn poedel Atman dan ook vaak bestraffend toe met ‘mens’.”