Blog


Hemel - Jonah Falke

Hemel 18-10-2018

Als kind heb ik eens gedanst. Het moet in 1998 zijn geweest. Volgens mij was het de laatste keer dat ik danste. Want door mijn enthousiasme viel ik met mijn mond op een vuurkorf en verloor ik een groot deel van mijn tanden. Ik krijste en bloedde enorm. Het was weekend en daarom moest ik naar een tandarts een paar dorpen verderop. Ze gaven me nieuwe voortanden. 

 

Zo’n jaar later zette een tandarts, in die praktijk een paar dorpen verderop, zijn eigen pink af om verzekeringsgeld te vangen. Hij ensceneerde een botsing met een boom op een Belgische landweg.. Hij zei zich niets meer te herinneren en zou wakker zijn geworden zonder pink.

 

In Rusland ontwaakte ooit iemand zonder neus. Vervolgens gaat hij hem zoeken en komt ‘m op straat tegen. Dit verhaal van Gogol eindigt met de woorden: ‘Wat mensen ook mogen zeggen, dergelijke gebeurtenissen doen zich voor op dit ondermaanse; weliswaar zelden, maar voorkomen dóen ze.

 

'Wie zoekt naar de hemel stuit op de hel, en andersom'

 

In het krantenbericht van zo’n 10 jaar geleden zegt de tandarts: 'Bij het ongeluk had ik een hersenbeschadiging opgelopen, ik was nog aan het revalideren en zwak. Ik moest in drie dagen beslissen (over een deal met justitie om genoegen te nemen met een paar duizend euro in plaats van zijn ingediende schadeclaim van miljoenen). Mijn handtekening was nog niet droog, of het verhaal lekte uit naar De Telegraaf. Ik had getekend voor rust, maar belandde in de hel.'
Wie zoekt naar de hemel stuit op de hel en andersom, denk ik. 


Eens in de zoveel jaar breken mijn neptanden af. Zo ook afgelopen week. 


Met een gat in mijn gebit glimlachte ik naar de tandartsassistente. In charmant Nederlands zei ze: ‘De laatste keer jij was hier geweest ik kreeg buikpijn daarna, ik was bang dat je hierover zou schrijven en dat deed je.’
‘Sorry, buikpijn was nou ook weer niet de bedoeling.’
De vorige keer had ik geschreven dat ik aan haar vinger zoog tijdens het aanplakken van een nieuwe tand. 

 

'Weer zoog ik aan de vinger van de assistente'

 

Mijn tandarts zei: ‘Ga liggen en laten we eens kijken.’
Ik kreeg een zonnebril op en ze lijmden er een nieuw stuk tand aan. Weer zoog ik soms aan de vinger van de assistente. 
Nadien zei de tandarts: ‘Nu kun je tenminste weer over straat.’
Toen ik over straat liep dacht ik: de volgende keer als ze er een nieuwe tand aanplakken moet ik niet zuigen op de vinger van de tandartsassistente maar hem er met gezonde tegenzin af bijten. Wellicht belandt ze dan wel in de hemel.